Het leerplan en de praktijk van het onderwijs

Ontwikkeling als leidraad

Het leerplan van de vrije school is gebaseerd op de ontwikkelingsfasen van het kind. Daarbij is de leerstof geen doel op zichzelf. De leerstof is een middel, een ontwikkelingsstof, die de kinderen ondersteunt in hun ontwikkeling naar de volwassenheid. Binnen het bestek van deze schoolgids geven wij het leerplan in enkele korte typeringen weer. Wie uitgebreider kennis wil maken met de achtergronden verwijzen wij naar de literatuurlijst achter in deze gids.

De peutergroep

In de school is een peuterspeelzaal. De peutergroepen vallen niet onder het bestuur van de Westfriese Vrije School, maar onder de Stichting Netwerk. Er wordt echter wel gewerkt vanuit dezelfde pedagogische beginselen als onze school. De meeste peuters stromen daarom ook door naar onze kleuterklassen. Meer informatie kunt u krijgen bij de peuterleidsters. (zie bladzijde 35)

Kleuterklas

Op onze school hanteren wij nog het onderscheid tussen kleuterklas en overige klassen vanwege het specifieke karakter van het kleuteronderwijs. Alles in de kleuterklas nodigt uit tot spel. Door middel van het vrije spel krijgt de kleuter de ruimte zich naar eigen aard te ontwikkelen. Het spelmateriaal is zoveel mogelijk gemaakt van natuurlijk materiaal en nodigt het kind uit zijn zintuigen en fantasiekrachten te ontwikkelen. Onze vroegste ervaringen kunnen we ons vaak niet meer herinneren, maar deze zijn wel diep verankerd. Ze vormen de basis waarop wij als volwassenen later denken en voelen. Zo vormen ook de ervaringen die een kind opdoet tijdens het spelen de basis voor het latere leerproces. De kinderen voldoen aan het einde van de kleutertijd aan de taal- en rekenvoorwaarden die nodig zijn om een goede start te kunnen maken met het taal- en rekenonderwijs.

Dag-, week- en jaarritme zijn heel belangrijk in de kleuterklas. Ze geven vertrouwen en veiligheid. Alle activiteiten zijn ingebed in dit ritme: het vrije spel en het arbeidsspel, de jaarfeesten en het ritme van de natuur, de verhalen, de liedjes, versjes en vingerspelletjes, de knutselopdrachten. Omdat een kleuter van nature nabootst, is het voorbeeld van de kleuterjuf belangrijk. De kinderen zitten van 4 tot 6 jaar in één klas bijeen. De oudere kinderen zijn niet alleen vaak het voorbeeld voor de jongere kinderen, maar helpen deze kinderen ook.

De klassen 1 t/m 6

Met de klassen 1 t/m 6 worden de groepen 3 t/m 8 bedoeld. De leerkracht begeleidt de kinderen meerdere of zelfs alle jaren. Hij/zij verzorgt in de klas de hoofdvakken en veel vaklessen. Vaak wisselen leerkrachten van klas om een vakles te geven. Zo maken we gebruik van elkaars ‘meesterschap’. Daarnaast heeft de school ook nog een vakleerkracht euritmie (bewegingsles op muziek of gesproken taal).

De hoofdvakken worden gegeven in periodes van 3 à 4 weken tijdens de eerste uren van de dag. De hoofdvakken zijn om te beginnen: taal, rekenen en heemkunde. Vanaf klas 4 komen daar dierkunde en aardrijkskunde bij; vanaf klas 5 plantkunde en geschiedenis; vanaf klas 6 meetkunde, natuurkunde en mineralogie.

Naast de hoofdvakken krijgen de leerlingen vanaf de eerste klas verschillende vaklessen: handwerken, euritmie, vreemde talen (vaak Engels en Duits), schilderen, vormtekenen, knutselen, gymnastiek en muziek. Vanaf klas 4 wordt het knutselen tot handenarbeid; voornamelijk houtbewerking. Dan komt vaak ook een derde vreemde taal (Frans) op het programma. In de klas 5 wordt het vak tuinbouw gegeven. In de klassen 5 en 6 worden computerlessen gegeven. In alle klassen worden technieklessen gegeven.

Zevende tot en met twaalfde klas

De 7e klas is sinds 1999 verbonden aan de vrijescholen van voortgezet onderwijs in Bergen of Amsterdam.

Vrijescholen vormen in principe een verticale schoolgemeenschap. Dat wil zeggen dat er behalve kleuterschool en lagere school ook een school voor voortgezet vrijeschoolonderwijs is. sScholen voor voortgezet vrijeschoolonderwijs vindt u in o.a. Bergen en Amsterdam (vmbo-t, havo en vwo)